Als je zin in seks in week 2 van een compleet andere vrouw lijkt dan in week 4, is dat niet willekeurig en zit het niet tussen je oren. Drie hormonen bewegen je libido in een voorspelbaar patroon door je cyclus: testosteron, oestrogeen en progesteron. Elk verschuift op zijn eigen manier, en wat je voelt is de optelsom.
Het korte antwoord
Je libido piekt in de dagen voor en tijdens je eisprong (ruwweg dag 12 tot 16 van een cyclus van 28 dagen). Oestrogeen staat dan op zijn hoogst, testosteron krijgt rond de eisprong een korte piek, en de beloningssystemen en motivatiesystemen in je brein reageren sterker. Na de eisprong stijgt progesteron, en dat dempt je libido meestal. Oestrogeen zakt daarna ook even, voor de kleinere piek halverwege de luteale fase. In de late luteale fase dalen alle drie verder. Dan begint je menstruatie en start de cyclus opnieuw.
De variatie door je cyclus is groot genoeg om in week 2 een heel andere seksuele interesse te hebben dan in week 4. Hetzelfde lichaam, een andere hormonale mix.
Wat er hormonaal gebeurt
Testosteron
Vrouwen maken ook testosteron aan, in veel kleinere hoeveelheden dan mannen. Het wordt gemaakt in de eierstokken en de bijnieren, en het hangt bij beide seksen sterk samen met libido.1 Rond de eisprong stijgen de waarden bescheiden. Die piek is absoluut gezien klein, maar groot genoeg om te merken. Veel vrouwen beschrijven hun libido rond de eisprong als duidelijk anders dan hun libido in de luteale fase.
Oestrogeen
Oestrogeen piekt bij de eisprong. Het ondersteunt de dopaminewerking (betrokken bij motivatie en beloning), maakt je huid gevoeliger, ondersteunt vaginale bevochtiging en de conditie van het weefsel, en beïnvloedt je stemming op een manier die de zin in contact vergroot. Het gecombineerde effect van oestrogeen en testosteron rond de eisprong is wat de meeste vrouwen ervaren als de week met de meeste zin van hun cyclus.2
Progesteron
Na de eisprong stijgt progesteron scherp. Progesteron dempt libido, zowel direct als via zijn kalmerende werking op het centrale zenuwstelsel. Het is een hormoon dat dingen stiller maakt. Veel vrouwen beschrijven de luteale fase als een libidodip, ook als de rest van hun leven prima loopt.3
De daling in de late luteale fase
In de laatste dagen voor je menstruatie dalen oestrogeen en progesteron allebei scherp. Allopregnanolon, het kalmerende stofje dat je lichaam uit progesteron maakt, daalt mee. Je libido bereikt in dit venster vaak het laagste punt van de cyclus. Bij sommige vrouwen levert de eerste of tweede dag van de menstruatie juist een kleine opleving op, doordat de stemmingsklachten van de late luteale fase wegtrekken, ook al is de bloeding nog aan de gang.
Het patroon. Libido volgt meestal deze vorm: laag tijdens je menstruatie (Innerlijke Winter), langzaam stijgend in je Innerlijke Lente, piekend rond de eisprong (Innerlijke Zomer), dalend in de vroege Innerlijke Herfst, en op zijn laagst in de late Innerlijke Herfst. Daarna begint de cyclus opnieuw.
Waarom het kan voelen als twee verschillende vrouwen
De hormonale verschillen door de cyclus zijn fors. Oestrogeen beweegt van ongeveer 30 pg/ml op het laagste punt naar meer dan 300 pg/ml op de piek rond de eisprong. Progesteron gaat van minder dan 1 ng/ml naar ruwweg 10 ng/ml.4 Testosteron verschuift bescheidener, maar genoeg om verschil te maken.
Je brein verwerkt dezelfde situaties anders, afhankelijk van welke hormonale mix op dat moment de dienst uitmaakt. Aanraking voelt anders. Aantrekking voelt anders. Energie voelt anders. Zelfvertrouwen voelt anders. Dat alles telt op tot wat we libido noemen, en het wordt allemaal bewogen door de chemie eronder.
Hoe dat er in de praktijk uitziet
- Innerlijke Lente (na je menstruatie): Libido klimt. Nieuwsgierigheid, openheid, eerder zelf het initiatief nemen.
- Innerlijke Zomer (rond je eisprong): De piek. Scherpe, lijfelijke, vaak spontane interesse. Veel vrouwen noemen hun libido rond de eisprong hun "echte" libido.
- Midden in je Innerlijke Herfst (de eerste periode na je eisprong): Vaak een zachtere, meer intieme vorm van interesse. Sommige vrouwen merken dat hun behoefte aan nabijheid, dicht bij elkaar zijn en knuffelen hier juist hoog is, ook als de seksuele piek voorbij is.
- Late Innerlijke Herfst (dag 24 tot 28): Meestal het laagste libido van de cyclus, vaak samen met minder zin om überhaupt aangeraakt te worden, of de behoefte om met rust gelaten te worden.
- Innerlijke Winter (terwijl je menstrueert): Wisselend. Sommige vrouwen ervaren op dag 1 of 2 een korte opleving, doordat de stemmingsklachten van de late luteale fase wegtrekken. Anderen merken dat hun menstruatie de interesse volledig onderdrukt tot een dag of 5.
Wat helpt
- Het patroon kennen. Je libido in de luteale fase zegt niets over je relatie. De hormonen in week 4 zijn andere hormonen dan die in week 2.
- De piekweken bewust benutten. Als je iets te kiezen hebt in de timing, is je Innerlijke Zomer de fase waarin spontane zin het makkelijkst komt.
- De dip anders lezen. Minder libido in de luteale fase gaat vaak samen met meer behoefte aan nabijheid, warmte en contact zonder seks. Je lichaam vraagt om iets anders, niet om niets.
- Erover praten met je partner. Cyclusbewustzijn geeft jullie allebei woorden voor wat er gebeurt. Het is niet persoonlijk, en het benoemen haalt de wrijving eruit.
- Bijhouden. Na 2 tot 3 cycli zie je je eigen libidopatroon, dat niet precies hetzelfde hoeft te zijn als het algemene.
Je eigen libidopatroon in beeld.
My Body's BFF houdt libido bij naast je cyclusfase. Na 2 tot 3 cycli zie je zelf wanneer je zin piekt en wanneer die zakt, en lees je het niet langer als iets anders dan chemie.
Download de appDe kern
Libido is geen constante. Het beweegt mee met je hormonen, in een tamelijk voorspelbare vorm door je cyclus heen. Die variatie hoort erbij. Hetzelfde lichaam, andere chemie, andere week.
Als je het patroon kent, lees je week 4 niet langer als een uitspraak over je relatie, maar als een fase. (Zie ook: de 4 fases van je menstruatiecyclus.)